Ga naar hoofdtekst

Klantenverhalen

1 January 2021
This article is available in: Nederlands

UGent, STT Consulting, Patient Percentiler

De ‘Patient Percentiler’: Laboratorium Analytische Chemie van UGent start met ambitieus, innovatief kwaliteitsmonitoringproject 

UITDAGING

Een platform creëren dat het voor laboratoria en leveranciers mogelijk maakt om continu kwaliteit te documenteren en te monitoren.

RESULTAAT

GLIMS zorgt ervoor dat het laboratorium een overzicht heeft van de stabiliteit van een test, op middellange tot lange termijn, op basis van echte patiëntenmonsters.

KLANTENPROFIEL

Universiteit Gent

Labo Analytische Chemie

Farmaceutische wetenschappen

Gent, België

“Kwaliteit in het lab is de rode draad in ons werk,” vertelt Prof. Dr. Linda Thienpont van het Laboratorium voor Analytische Chemie, Faculteit Farmaceutische Wetenschappen van Universiteit Gent. Zowat alle laboratoria zijn vertrouwd met het begrip kwaliteit. Maar terwijl externe kwaliteitsbeoordeling (EQA) een vereiste is voor ISO 15189 accreditatie en interne kwaliteitscontrole (IQC) een kerntaak is, beschikken laboratoria niet altijd over de middelen die ze nodig hebben om de gewenste kwaliteitscontroles uit te voeren. Universiteit Gent en STT Consulting bundelden hun krachten en gingen op zoek naar een oplossing.

“Samen streven we ernaar om – als een wetenschappelijke, onafhankelijke partij – een platform te creëren waarmee labs en leveranciers continu de kwaliteit kunnen documenteren en monitoren, en dat hen een overzicht geeft van de stabiliteit van een test op middellange tot lange termijn – dit alles op basis van echte patiëntstalen,” verduidelijkt Dr. Dietmar Stöckl van STT.

Toegevoegde waarde voor de laboratoria

Prof. Dr. Thienpont en Dr. Stöckl schuiven enkele belangrijke tekortkomingen van het EQA-proces naar voren. Om te beginnen werken deze externe controles met artificiële stalen, niet met patiëntstalen. “In theorie zouden artificiële stalen zich identiek moeten gedragen als echte stalen, maar dat is niet altijd het geval,” zegt Dr. Stöckl. Daarbij komt dat externe controles slechts enkele keren per jaar uitgevoerd worden, terwijl labs kwaliteit moeten monitoren op een dagelijkse basis. 

Hoewel EQA-organisaties ‘peer group’ vergelijkingen aanbieden, is er onvoldoende transparantie voor wat betreft de stabiliteit van de ‘peer groups’. Dit betekent dat ze geen kwaliteitsspecificaties kunnen leveren of aanbevelingen kunnen doen op het gebied van kwaliteit, waardoor het lab de data zelf moet interpreteren.

Universiteit Gent en STT Consulting besloten samen te werken om die tekortkomingen te overbruggen en startten het Patient Percentiler project. De eerste fase van dit project hadals doel om labs een tool in handen te geven waarmee ze continu de percentielen voor poliklinische patiënten zouden kunnen monitoren. “We zijn gestart met het 50ste percentiel, de mediaan,” legt Dr. Stöckl uit, “maar later wensen we dit uit te breiden naar het 10de en 90ste percentiel.”

Het project buigt zich over de twintig meest gebruikte analyten, o.a. elektrolyten zoals natrium, substraten, lipiden, enzymen zoals aspartaat transaminase (AST) en alanine transaminase (ALT), glucose en creatinine. Recent werd de scope van het project aangevuld met schildklierhormonen, namelijk het vrije T4 en thyroïd stimulerend hormoon (TSH).

Het project geeft ook kwaliteitsspecificaties. “Vandaag bestaan er geen algemeen aanvaarde specificaties rond stabiliteit in kwaliteitsbewaking en de verschillen tussen de landen onderling kunnen enorm zijn. Wij geven de labs een idee van hoe stabiel of vergelijkbaar de testen zouden moeten zijn. Daartoe hebben we wetenschappelijk gebaseerde normen voor de theoretische stabiliteit vooropgesteld, die in de praktijk getoetst zijn. Deze normen zijn streng, maar realistisch: als het ene lab een minimale stabiliteit kan garanderen gedurende acht jaar, waarom zou een ander lab niet hetzelfde kunnen doen?” stelt Dr. Stöckl.

“We gingen ervan uit dat MIPS functionaliteiten zou moeten ontwikkelenom te kunnen deelnemen, maar we waren aangenaam verrast toen GLIMS alles bleek te bevatten wat we nodig hadden: namelijk een functie voor het automatisch berekenen van de dagelijkse mediaan voor een aantal testparameters (o.a. instrument, methode, reagens, percentiel, etc.), evenals een manier om die data op een flexibele manier te exporteren!”

Dit betekende dat elk lab met GLIMS kosteloos zou kunnen deelnemen aan het project;het enige dat nog moest gebeuren, was een eenvoudige configuratie om de dagelijkse percentielen automatisch te genereren. Verder zorgt GLIMS voor het anoniem maken van de gegevens en de dagelijkse transfer ervan via e-mail naar een centrale server.

“Daarbij komt nog dat we enkel poliklinische patiënten in het project wilden betrekken. Ook dat was mogelijk: GLIMS bleek een code te bevatten die een onderscheid maakt tussen poliklinische en gehospitaliseerde patiënten,” vervolgt Dr. Stöckl.

Vandaag zijn er ook andere leveranciers van LIS-systemen betrokken bij het project, maar zij moesten hun software aanpassen om de nodige data te kunnen genereren, wat het proces vertraagde. Daarnaast zijn er ook een aantal deelnemende labs die zelf de functionaliteit ontwikkeld hebben om de data te exporteren. Prof. Dr. Thienpont : “GLIMS biedt duseen gratis bron om de data te verzamelen. We hadden geluk om met MIPS te kunnen samenwerken: als zij er niet geweest waren, hadden we dit project misschien zelfs nooit kunnen opstarten.”

“De labdata die we binnen het project verzamelen, is uniek ter wereld: ten eerste verzamelen we de data op dagelijkse basis en ten tweede werken we met echte patiëntgegevens,” benadrukt Dr. Stöckl.Om de data te verwerken, hebben Universiteit Gent en STT Consulting (samen met Bruno Neckebroek) webgebaseerde software ontwikkeld. Deze visualiseert en interpreteert de data. Zo kan het projectteam regelmatig individuele labrapporten samenstellen, evenals rapporten over de kwaliteit en stabiliteit van de testen in het algemeen.

Elk lab heeft via een beveiligde connectie toegang tot zijn eigen data in het softwaresysteem en het projectteam heeft zicht op het geheel, wat hen toelaat om data te groeperen per leverancier of per instrument.

‘Flagging’ (markeren) van afwijkende resultaten

Nu de eerste fase van het project – het monitoren van patiëntmedianen binnen de normale grenswaarden –goed op dreef is, is het projectteam klaar om over te gaan naar de tweede fase. “We noemen dit de ‘flagger’ applicatie: het monitoren van resultaten die niet als normaal beschouwd worden,” verduidelijkt Prof. Dr. Thienpont. “Met deze veelbelovende applicatie kunnen labs zien of de gemarkeerde waarden al dan niet stabiel zijn. Indien een bepaald systeem niet stabiel is, dan zal het aantal waarden buiten de grenswaarden toenemen; sommige labs kunnen meer gemarkeerde resultaten krijgen dan andere.”

Om fase twee uit de startblokken te krijgen, heeft het projectteam opnieuw nauw samengewerkt met MIPS, en alweer zorgden de bestaande functionaliteiten van het GLIMS LIS voor een doorbraak. “De statistiekenmodule van GLIMS omvatte al de mogelijkheid om automatisch flagger waarden te berekenen en deze door te sturen in een formaat dat ons eigen IT-systeem kan lezen”, zegt Dr. Stöckl.

“Dit project heeft, net als GLIMS zelf, als doel om labs te helpen bij het verbeteren van hun kwaliteit en dienstverlening. Daarom zijn we erg tevreden dat we Universiteit Gent en STT Consulting kunnen ondersteunen bij dit project,” vertelt Filip Migom, GLIMS product and development manager bij MIPS. “GLIMS is ontworpen als een veelzijdig systeem, dat tegemoet kan komen aan de behoeften van alle gebruikers. Zo kwam het dat GLIMS al beschikte over de functies die nodig waren voor de Patient Percentiler. Het is een mooi voorbeeld van hoe een bedrijf in de sector een bijdrage kan leveren aan academische ontwikkelingsprojecten, gebruik makend van de expertise die is opgebouwd bij het ondersteunen van vele, diverse labs.”

In lijn met kwaliteit

Wereldwijd zijn er nu 130 deelnemende labs, die samen 250 instrumenten vertegenwoordigen. Voor deze labs worden de voordelen stilaan duidelijk: ze beschikken nu over een user interface die hen te allen tijde zicht geeft op de stabiliteit per instrument voor elk analyt.

“Wat ook uniek is,” vervolgt Prof. Dr. Thienpont, “is dat als we een instabiliteit in een lab opmerken of een plotse afwijking tegenover peer labs, dat we dan contact opnemen met het betrokken lab en hen toelichting geven bij de interpretatie. En in de nabije toekomst zullen we dankzij de flagger nog meer kunnen investeren in geavanceerde interpretaties en vergelijkingen. Dat zal de laboratoria toelaten om sneller in te grijpen als dat nodig is. Zo krijgen ze gemoedsrust.”

Grotere labs waarderen de mogelijkheid om te zien of alle instrumenten met elkaar in overeenstemming zijn – wat niet altijd het geval is, zelfs niet met instrumenten van eenzelfde fabrikant; zo kunnen ze snel afwijkende waarden aanpakken. Bovendien blijkt dit een belangrijk voordeel te zijn voor labs die aan een klinische studie deelnemen.

Daarnaast maken de laboratoria gebruik van de resultaten wanneer ze onderhandelen met hun leveranciers: ze kunnen duidelijk aantonen dat een test niet stabiel is, vooral omdat de data afkomstig zijn van echte patiëntstalen.

Ook voor de fabrikanten is de informatie van de Patient Percentiler een meerwaarde. Zij ontvangen peer grouprapporten die de stabiliteit aantonen voor hun eigen systemen en hen toelaten om hun prestaties te vergelijken met die van hun concurrenten.

Prof. Dr. Thienpont merkt op, “Een belangrijk globaal resultaat dat uit het project naar voren kwam is dat – terwijl we in een aantal gevallen verbaasd waren over de variatie in stabiliteit voor bepaalde fabrikanten en analyten, bv. bij leverenzymen en zelfs verbindingen zoals chloride en natrium, waarvan je zou verwachten dat ze erg stabiel zijn – tal van labs goed werk leveren: ze doen al het mogelijke om de stabiliteit onder controle te houden.”

Samenwerking creëert potentieel

“We zijn zeer tevreden dat dit project internationale erkenning heeft gekregen, inclusief de Westgard QC award,” zegt Dr. Stöckl. “Met een overzicht van de stabiliteit voor bijna 95% van alle in vitro testen die verricht worden in ontwikkelde landen, leveren we al een flinke bijdrage aan kwaliteit. Op langere termijn zouden we een soort biologisch clearing house willen creëren: een tool voor big data research, die ook gebruikt zou kunnen worden bv. bij overheidsbeslissingen rond gezondheidszorg. We hopen een samenwerking te kunnen opzetten met andere partijen, zoals EQA-organisaties, die dezelfde wetenschappelijke visie hebben als wij.”

“Het lijkt misschien ambitieus, maar we hebben al een concreet voorbeeld: samen met de fabrikanten ben ik momenteel aan het werken aan een IFCC project rond de standaardisatie van schildklierfunctietesten. Alvorens de nieuwe kalibratiestatus te implementeren, wil FDA dat de fabrikanten de stabiliteit van de testen aantonen als groep, en dat ze de duurzaamheid van de kalibratiestatus aantonen op middellange tot lange termijn. Ik heb voorgesteld om dit te documenteren en op te volgen via de Patient Percentiler, die ons een eenvoudige rapporteringstool ter beschikking stelt. “Zoals je kunt zien,” besluit Prof. Dr. Thienpont, “is het potentieel van dit project, dat het mogelijk maakt om echte patiëntgegevens te verzamelen op dagelijkse basis, enorm groot.”

Ten slotte wensen Prof. Dr. Thienpont en Dr. Stöckl een speciaal dankwoord te richten aan Kenneth Goossens, een doctoraalstudent die het project met grote toewijding in goede banen leidt. 

Bijdrage van MIPS met GLIMS LIS

  • MIPS heeft rechtstreeks samengewerkt met het projectteam om na te gaan hoe de deelnemende labs die GLIMS gebruiken, gemakkelijk en kosteloos de dagelijkse verzameling en transfer van geanonimiseerde patiëntgegevens zouden kunnen automatiseren. 
  • GLIMS omvat een brede waaier aan toepassingen en functionaliteiten, zodat het een ideale bron is voor het leveren van dergelijke data.
  • GLIMS biedt directe koppelingen met de laboratoriuminstrumenten, zodat het de gegevens van al die toestellen kan centraliseren.

GLIMS QC module:

De GLIMS module voor kwaliteitscontrole (QC) ondersteunt laboratoria bij het naleven van de praktijken die nodig zijn om een toereikende analytische kwaliteit te halen:

  • Alle medewerkers in de organisatie die hun kwaliteit beoordelen, hebben toegang tot alle kwalitatieve en kwantitatieve QC data, die gecentraliseerd zijn en beschikbaar zijn in GLIMS.
  • GLIMS QC biedt ondersteuning voor een breed gamma aan controlemechanismen, zoals de Westgard regels.
  • GLIMS kan de dagelijkse mediaan berekenen én het gemiddelde van normaalwaarden (average of normals/AoN).
  • Statistische waarden kunnen berekend worden met behulp van standaard wiskundige formules of Tukey.
  • GLIMS is een Europese oplossing, die tegemoetkomt aan internationale aanbevelingen, o.a. de Duitse Rili-BÄK vereisten.

GLIMS biedt een kosteloze bron om de data te verzamelen. We hadden geluk om met MIPS te kunnen samenwerken: als zij er niet geweest waren, hadden we dit project misschien zelfs nooit kunnen opstarten.

Prof. Dr. Linda Thienpont, Laboratorium Analytische Chemie